Door: Bas Eickhout, 11 juli 2013


CO2-emissiehandel Europa tijdelijk gered

Vorige week hebben we de niet-functionerende CO2-handel eindelijk een reddingsboei toegeworpen. De Europese Commissie mag straks van het Europarlement, in uitzonderlijke omstandigheden, de veiling van CO2-rechten uitstellen (ook wel “backloading” genoemd in het Brusselse jargon). Hoog tijd. De Europese CO2-handel ligt al langer dan een jaar op z´n gat. De prijs van CO2-rechten is drastisch gedaald tot een absoluut dieptepunt van 4 euro waardoor de prikkel om te innoveren uitblijft. Europese bedrijven zwemmen in rechten om de lucht te mogen vervuilen, waardoor het stijgende gebruik van vuile kolen in onze energiemix niet wordt afgeremd. Daarom moeten we nu doorpakken met verbetering van het Europese klimaatbeleid.

Hoe werkt de CO2-handel?

Het idee achter CO2-handel is simpel: stel als overheid een plafond aan uitstootrechten en de bedrijven bepalen onderling via handel hoeveel geld ze willen betalen voor het recht om CO2 uit te stoten. Bij genoeg schaarste wordt het interessanter om geld in innovatie te stoppen: wie erin slaagt om minder CO2 uit te stoten hoeft immers ook minder rechten te kopen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

Ambitieniveau

Europa dwingt dus innovatie af op het gebied van klimaatbeleid en laat de achterblijvers betalen. Het probleem in Europa is de lage ambitie. Europa heeft haar klimaatdoel voor 2020 nu al gehaald. Meer ambitie is nodig. Het backloading voorstel waar het Europees Parlement vorige week over stemde, stelt extra veilingen een paar jaar uit, zodat kan worden gezocht naar echte aanpassingen van het emissiehandelssysteem. Natuurlijk is er terechte kritiek uit te oefenen op emissiehandel, zeker zoals het nu is vormgegeven. Maar elk alternatief, zoals een CO2-belasting, zal dezelfde lobbykrachten oproepen die het instrument willen uitkleden. Voorlopig blijft het belangrijk om het instrument emissiehandel te verbeteren. En dat moet met name door een hoger ambitieniveau van Europa op haar klimaatbeleid.

Vervuiler betaalt (nog) niet

Het vervuiler-betaalt-principe is dus nog niet gered, daarvoor zijn betere maatregelen en meer ambitie nodig. Denk aan het permanent uit de handel halen van CO2-rechten of het CO2-plafond elk jaar sterker laten dalen zodat er meer schaarste aan CO2-rechten ontstaat. Hiermee versterken we het “de vervuiler betaalt” principe wat Nederlandse bedrijven tot koplopers in de sector kunnen maken.

Efficiëntie belonen

Kijk bijvoorbeeld naar de staalproductie van Tata in IJmuiden, die is vele malen efficiënter dan die van concurrenten als Arcelor Mittal. Als we efficiëntie beter zouden belonen, dan zou dat Tata Steel Nederland goed uitkomen. De onderneming is gebaat bij een hogere CO2-prijs omdat het relatief minder uitstoot dan haar Europese concurrenten.

Opbrengsten naar innovatie

De opbrengsten van de veiling van CO2-rechten kunnen ook veel beter dan nu het geval is aan innovatie worden besteed. Maar zonder ingreep is er helemaal geen CO2-prijs, laat staan dat er opbrengsten zijn die kunnen worden gebruikt voor innovatieve technieken die leiden tot minder CO2-uitstoot. Het innovatieve Hisarna-proefproject in IJmuiden bijvoorbeeld kan op termijn staal produceren met twintig procent minder CO2 en is van de grond gekomen door het vooruitzicht op Europees klimaatbeleid en deels gesteund met Europese gelden.

Fundamenteel debat klimaatbeleid

Het is jammer dat de Nederlandse media maar weinig aandacht besteden aan de CO2-handel. Dat is in Engeland wel anders. Daar zien ze het krachtenveld rondom CO2-handel als voorbode van de grotere discussie over nieuwe energie en industrie. De oude kolencentrales tegenover innovatieve windprojecten op zee. Vervuilende staalproductie waarbij ijzererts en energie uit het buitenland komen, versus efficiëntie productie van gerecycled staal dat immers oneindig hergebruikt kan worden. De politieke verhoudingen in het Europees Parlement weerspiegelden deze scheuring tussen oude en nieuwe industrie tijdens de stemming over backloading. De conservatieve fractie van het Europarlement (waar het CDA toe behoort) was het meest verdeeld, maar de verdeeldheid was ook terug te vinden bij de sociaaldemocraten en de liberale fractie. De politieke fracties in het Europarlement waren zó verdeeld dat er een vrij unieke situatie optrad: de relatief kleine fractie van de Groenen, waar GroenLinks toe behoort, had de beslissende stem. Nu is het aan de Raad van ministers waar staatssecretaris Mansveld bij aanschuift, om tot een akkoord te komen, zodat we eindelijk de CO2-handel uit het slop kunnen trekken. De extra adempauze kunnen we mooi gebruiken voor een fundamenteel debat over ons klimaatbeleid. Laat de discussie over nieuwe energie en industrie dus maar losbarsten; en dan óók in Nederland!

Blijf op de hoogte van events en actueel nieuws