Door: Rob van der Rijt, 1 september 2011


Consumeren in tijden van klimaatverandering

Vanuit mijn werkveld en studie ervaar ik dat al veel organisaties en consumenten in Nederland een bijdrage leveren aan de reductie van uitstoot van broeikasgassen. Ondernemers innoveren in de efficiency van brandstofverbruik, proberen waar mogelijk te besparen op energieverbruik of  proberen energie zelf duurzaam op te wekken. Echter, nog niet iedere ondernemer of consument heeft het oplossen van het klimaatprobleem hoog op de agenda staan. En dat terwijl we volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) vóór 2012 ingrijpende maatregelen moeten nemen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Op welke manier zou je nu snel en kostenevenredig zowel producenten als consumenten kunnen betrekken bij het herstellen van de klimaatschade die wordt aangericht als gevolg van ons consumptiegedrag?

De commissie Brundtland van de Verenigde Naties definieerde in 1987 duurzaam ondernemen als ‘een wijze van ondernemen die voldoet aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om hun behoeften te bevredigen te beïnvloeden’. Organisaties zouden volgens Brundtland bij de productie van goederen en diensten een evenwicht moeten creëren tussen de economische, ecologische en sociale belangen van hun bedrijfsvoering.

In het kader van duurzaam ondernemen zou dan een verplichting voor het herstellen van aangerichte klimaatschade gerechtvaardigd zijn. Dat betekent dat er een economische waarde toegekend wordt aan het herstellen van alle klimaatschade die we door ons productie- en consumptiegedrag veroorzaken. De vervuiler betaalt. Door al vanaf de bron van een product, bijvoorbeeld bij het winnen van grond- of hulpstoffen, te onderzoeken welke schade wordt veroorzaakt aan het klimaat en het herstel hiervan op te nemen in de kostprijs, worden herstelkosten door de bedrijfskolom heen getrokken. De meerprijs die producenten en consumenten vervolgens moeten betalen voor hun goederen en diensten wordt ingezet om te investeren in bijvoorbeeld duurzame energietechnologiën of het herstellen van de biodiversiteit.

Een verplichte algehele integratie van kosten voor het opruimen van aangerichte klimaatschade zal leiden tot aanzienlijk hogere kostprijzen van producten. Dat betekent dat bijvoorbeeld brandstof, voedsel en vervoer flink duurder wordt. We zullen er in materiële welvaart op achteruit gaan omdat met hetzelfde inkomen minder, want duurdere, producten gekocht kunnen worden. Anderzijds zal zo’n maatregel innovatie stimuleren om bijvoorbeeld energieverbruik te verminderen of te verduurzamen of om reeds afgedankte en gebruikte goederen te hergebruiken of te recyclen. Daarmee kan dan immers kostenefficientie worden gerealiseerd.

Belangrijk is het dat álle organisaties in een bepaalde bedrijfstak wereldwijd 100% verantwoordelijkheid gaan nemen voor de klimaatschade die zij aanrichten. Om concurrentievervalsing voor te blijven zouden branche-organisaties de integratie van herstelkosten kunnen faciliteren en controleren.

En nadat op deze manier verantwoordelijkheid is genomen voor een leefbare planeet voor toekomstige generaties kan verder gekeken worden. Verder dan het klimaatprobleem alleen. Ook de kosten voor het herstellen van de aangerichte schade door bijvoorbeeld industrieel waterverbruik, ontbossing, en intensieve landbouw en visserij kan integraal opgenomen worden in de kostprijs van producten. Degene die de aarde belast door zijn of haar productie- of consumptiegedrag betaalt daar dan ook rechtevenredig een prijs voor. Dat kan het leven voor sommigen een stuk duurder maken, maar houdt de aarde in ieder geval de komende eeuwen wel leefbaar.

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Wilt u ook uw klimaatoplossingen delen met onze bezoekers?

Word Partner

Blijf op de hoogte van events en actueel nieuws