Door: Michael Doove, 18 juni 2020


De Regionale Energiestrategie biedt kansen voor mkb bedrijven

Nederland werkt aan de energietransitie: de overstap van fossiele brandstoffen op duurzame bronnen zoals zon en wind. Dat gebeurt ook op regionaal niveau in een Regionale Energiestrategie (RES), waar overheden, inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners samenwerken. De plannen daarin hebben gevolgen voor het mkb-bedrijfsleven en bieden kansen.

We spreken hierover met Theo van Bruggen, projectleider van de Expertpool binnen het Nationaal Programma RES, en Geert-Jan Pastoor, internationaal ondernemer op het gebied van circulariteit en namens VNO-NCW lid van de adviesraad van de RES in Flevoland.

De Regionale Energiestrategie (RES)

In 2019 presenteerde het kabinet het Klimaatakkoord, de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Hierin staat onder andere dat Nederland de CO2-uitstoot sterk gaat verminderen. Op dit moment werken 30 energieregio’s hun plannen daarvoor uit in een Regionale Energiestrategie (RES). Hierin staat bijvoorbeeld waar en hoe duurzame elektriciteit op land (wind en zon) kan worden opgewekt en energie kan worden bespaard. Maar ook welke alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn in een regio als wijken en gebouwen van het aardgas af gaan.

Aan een RES wordt samengewerkt door maatschappelijke organisaties, overheden en inwoners, maar ook het bedrijfsleven is een partner. Geert-Jan:  “We hebben als mkb’ers samen veel kennis en expertise. Denk aan iemand die bezig is met warmtenetten of grootschalige zon op bedrijfsdaken. Zij kunnen inhoudelijk meepraten en kennen de problemen en uitdagingen. Zulke ondernemers zijn echte deskundigen, en dat maakt ze een onmisbare gesprekspartner.”

Het bedrijfsleven aan tafel

Ondanks dat de RES’en, zeker voor mkb’ers, vaak nog vrij abstract zijn en gaan over een langere periode, liggen er dus nu al kansen om aan te haken. Het bedrijfsleven is daarom in een aantal regio’s vertegenwoordigd binnen onder andere adviesraden en werkgroepen die onderdeel zijn van de RES. Vaak gaat het daarbij om belangenorganisaties, zoals VNO-NCW of LTO. Theo: “Het lukt bestuurders niet om contact te hebben met alle lokale ondernemers, en daarom zijn dit soort clubs belangrijk. Zij weten bovendien wat er lokaal en regionaal speelt en vergroten het democratisch gehalte van de RES.”

De organisaties dragen eraan bij dat de belangen van de ondernemers goed worden behartigd. Geert-Jan: “Het is soms lastig om serieus genomen te worden als ondernemer. Er ligt dus een uitdaging om ervoor te zorgen dat er goed geluisterd en gekeken wordt naar de ondernemers in de regio. We moeten laten zien wat nu de plannen zijn van het bedrijfsleven, wat er speelt en waar we  mee bezig zijn. Dat moet allemaal meegenomen worden in de RES.”

Kansen voor het mkb

Uiteindelijk zal de overstap op duurzame energiebronnen ook voor het mkb gevolgen hebben,  bijvoorbeeld als bedrijfsdaken gebruikt gaan worden voor zonnepanelen. Maar ook nu al kun je de gevolgen merken van de plannen binnen de energietransitie. Geert-Jan: “In Flevoland worden nieuwe bedrijven niet meer aangesloten op gas. En dat heeft nu al gevolgen als je bedrijf warmte nodig heeft.”

Ook als je niet aan tafel zit bij de RES’en, krijg je dus te maken met de gevolgen ervan. Toch biedt het volgens Theo ook kansen: “We gaan straks aan de slag met windmolens en zonneparken, en daar ligt natuurlijk een rol voor ondernemers. Maar ook innovaties op het gebied van energie zijn heel belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan experimenten met waterstof en geothermie. Zulke ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen, maar het zijn mogelijkheden die wel benoemd en overwogen moeten worden. Ondernemers kunnen hier op aanhaken.”

Aandacht voor het bedrijfsleven

Het is daarbij lastig dat bestuurders niet altijd op de hoogte zijn van zulke innovaties, en daar ligt dus een kans voor het bedrijfsleven. Theo: ”Het moet meer onder de aandacht worden gebracht. Dat maakt zo’n RES uiteindelijk echt een samenwerkingsproces op lokale en regionale schaal. En daarbij is het belangrijk dat regio’s ook onderling contact hebben. Landelijk opererende organisaties zoals VNO-NCW hebben daar bijvoorbeeld ook een rol in.”

Toch is het bedrijfsleven niet in elke regio al even goed aangehaakt, geven ook Geert-Jan en Theo toe. Theo: “In Flevoland zijn de ondernemers echt onderdeel van het overleg. In andere regio’s worden ze wel geconsulteerd maar zijn ze geen onderdeel van het politiek-bestuurlijke proces. Toch wordt er wel breder gekeken dan alleen naar gemeenten, waterschappen en provincies en worden steeds meer partijen betrokken naarmate de plannen concreter worden.”

Meedenken en -doen

De vraag blijft dus hoe ondernemers goed betrokken kunnen worden. Theo: “Wat belangrijk is voor ondernemers wanneer zij deelnemen aan gesprekken over de RES, is dat ze niet alleen aan tafel zitten uit eigenbelang. Als ondernemers breder meedenken, zijn ze gelijkwaardige gesprekspartners voor de regio’s. En dan zijn er ook echt kansen, dat blijkt wel in Flevoland.”

Het advies van zowel Theo als Geert-Jan is daarbij om contact op te nemen met lokale en regionale belangenorganisaties. Geert-Jan: “Zij weten wat er speelt en kunnen je daarvan goed op de hoogte stellen. De organisaties hebben professionele mensen in dienst en zijn voor alle ondernemers aanspreekbaar. Dat kan ook via lokale verenigingen.” Theo vult hem aan: “En ben je een actieve mkb’er en vind je dat jouw belangenorganisatie niet genoeg doet? Dan kun je altijd nog je vraag stellen aan ons bij het Nationaal Programma RES.”

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Wilt u ook uw klimaatoplossingen delen met onze bezoekers?

Word Partner

Blijf op de hoogte van events en actueel nieuws