Door: Herman Philipse, 31 augustus 2015


Onze regering moet nog leren de zee te vrezen

Onlangs verklaarde premier Rutte bij het nationale Sail debat (22 augustus) dat ondernemend Nederland terug moet naar de sfeer van de Gouden Eeuw. We dienen mogelijkheden voor economische groei met meer ambitie te benutten. Door onze ervaring met dijkbouw zijn we bijvoorbeeld het beste land “in het managen van de zeespiegelstijging”. De vraag is evenwel hoe lang Nederland nog in staat zal zijn de zeespiegelstijging te “managen”.

Een land kan slechts iets presteren zolang het blijft bestaan. Recent wetenschappelijk onderzoek van James Hansen en anderen (2015) maakt aannemelijk dat de zeespiegel ten gevolge van de menselijke uitstoot van broeikasgassen en de resulterende opwarming van het klimaat aanzienlijk sneller zal stijgen dan aangegeven in het vijfde Assessment Report van het IPCC (klimaatpanel Verenigde Naties) van 2013-14. Op welke termijn zal deze stijging van de zeespiegel het bestaan van Nederland gaan bedreigen?

Laat ik enige achtergrondinformatie in herinnering roepen. Het huidige CO2-gehalte in de lage atmosfeer van gemiddeld zo’n 400 ppm is aanzienlijk hoger dan het was in de 800.000 jaar voorafgaand aan 1850, toen het nooit uitkwam boven de 300 ppm. Deze stijging is grotendeels veroorzaakt door menselijke activiteiten, zoals het opstoken van fossiele brandstoffen door een snel groeiende wereldbevolking. De toename van het CO2-gehalte is de voornaamste oorzaak van de gemiddelde temperatuurstijging van bijna 1 graad Celsius sinds 1880. Eenmaal uitgestoten CO2 hoopt zich op in de Aardse atmosfeer en oceanen, zodat het opstoken van fossiele brandstoffen gevolgen heeft gedurende honderden jaren.

Wanneer niets wordt gedaan om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zal deze blijven toenemen ten gevolge van bevolkingsgroei en economische vooruitgang. Op grond van klimaatscenario’s wordt verwacht dat de gemiddelde temperatuur op Aarde dan in 2100 tussen de 2,5 en 7,8 graden Celsius gestegen zal zijn ten opzichte van 1850-1900 (IPCC Synthesis Report 2014, blz. 20, 81). Ter vergelijking: de gemiddelde temperatuur tijdens de laatste ijstijd was slechts zo’n 5-6 graden Celsius lager dan nu. Kleine gemiddelde temperatuurverschillen kunnen dus een totaal andere toestand op Aarde veroorzaken. Een temperatuurverhoging van gemiddeld 4°C zal de Aarde grotendeels onbewoonbaar maken voor mensen.

Daarom werd tijdens de mislukte klimaatconferentie te Kopenhagen in 2009 afgesproken dat we de opwarming van de Aarde moeten beperken tot maximaal 2°C. Om onder deze bovengrens te blijven, moet men nu reeds beginnen met een drastische beperking van de uitstoot van broeikasgassen door o.m. het gebruik van fossiele brandstoffen sterk te verminderen. Zonder zo’n krachtige reductie zal de 2°C-grens rond 2035 worden bereikt.

We moeten nu twee vragen stellen. Ten eerste: hoe waarschijnlijk is het dat de mensheid erin zal slagen beneden de grens van 2°C opwarming te blijven? Gaat het lukken een effectief wereldwijd systeem van bronbelasting of emissiehandel op te zetten, dat zelfs landen zoals Rusland ertoe zal brengen 4/5 van hun voorraden aan fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten? Laat ik deze vraag bewaren voor een ander artikel. Ten tweede: is de bovengrens van 2°C laag genoeg? Wat zal een aardse opwarming van 2°C bijvoorbeeld betekenen voor de verhoging van het zeeniveau?

Nederland onder de zeespiegelHier is recent wetenschappelijk onderzoek onder leiding van James Hansen van belang. Toen hij nog aan het hoofd stond van een NASA instituut voor ruimteonderzoek, concludeerde hij in 2011 op grond van geologische en fauna-gegevens dat in tijden waarin het gemiddeld 2-3°C warmer was dan in 1850-1900, zoals tijdens het midden-Plioceen, het gemiddelde zeeniveau ongeveer 25 meter hoger was dan tegenwoordig. In de geologische periode van het Eemien (het laatste interglaciaal, in het Pleistoceen, zo’n 125 duizend jaar geleden) was de gemiddelde temperatuur op Aarde slechts 1-2°C hoger dan in de pre-industriële tijd maar het zeeniveau gemiddeld 6-9 meter hoger. Behalve de uitzetting van zeewater onder hogere temperaturen zou vooral minder landijs op Groenland en Antarctica de oorzaak zijn geweest.

Nieuw internationaal onderzoek van smeltend landijs op Antarctica, gepubliceerd door Hansen et al. in juli 2015, laat zien dat het smelten van ijs door opwarming geen lineair proces is. Integendeel: het kan versneld worden op tijdsschalen van decennia door versterkende terugkoppel-mechanismen. De auteurs concluderen dat een gemiddelde temperatuurverhoging van 2°C highly dangerous is, zodat de mensheid de uitstoot van broeikasgassen nog veel sterker moet reduceren dan aanbevolen in het laatste IPCC rapport: there is no morally defensible excuse to delay phase-out fossil fuel emissions as rapidly as possible; the matter is urgent and calls for emergency cooperation between nations.

De regering Rutte lijkt verlegen te zitten om nieuwe ambities. Hier is er één, die nog urgenter is dan het vonnis in de zaak Urgenda laat zien. Grotendeels voorkomen van zeespiegelstijging is nog belangrijker dan aanpassing door dijkbouw. Daartoe moet bij de komende klimaatonderhandelingen in Parijs in december een effectief wereldwijd verdrag worden gesloten dat de menselijke CO2 uitstoot vanaf nu reduceert met minstens 6% per jaar. Laat onze regering alles doen om dit voor elkaar te krijgen, zodat ons laaggelegen land ook rond 2100 nog zal bestaan.

Een enigszins verkorte versie van bovenstaand artikel verscheen in NRC-Handelsblad, donderdag 27 augustus 2015, p. 17. Ik corrigeerde de geologische gegevens in deze versie n.a.v. een e-mail van Dr. Michiel Helsen (Universiteit Utrecht).

Herman Philipse, Universiteitshoogleraar wijsbegeerte, Universiteit Utrecht

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Wilt u ook uw klimaatoplossingen delen met onze bezoekers?

Word Partner

Blijf op de hoogte van events en actueel nieuws