Door: Jan Egberts, 4 maart 2020


SDE+ en SDE++ Wat zijn de verschillen?

Investeren in CO2-reducerende technieken? De SDE-regeling biedt mogelijkheden. Op 29 september opent de eerste ronde van de SDE++, de opvolger van de SDE+ regeling. Dit brengt een aantal wijzigingen met zich mee, die invloed kunnen hebben op jouw subsidieaanvraag. Benieuwd naar deze wijzigingen? Klimaatplein-partner De Breed & Partners legt het uit.

De laatste kans: SDE+ regeling

Voor wie nog niet bekend is met de SDE-regeling: de SDE+ regeling staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie en legt de focus op bedrijven en instellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren. De overheid ondersteunt ondernemers die kiezen voor groene energie. Van 17 maart tot en met 2 april 2020 opent de laatste SDE+ ronde in de huidige vorm. Na de voorjaarsronde wordt de regeling verbreed naar SDE++ (Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie).

Van productie naar transitie

De extra plus heeft te maken met het doel om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten, ten opzichte van 1990. De Nederlandse politiek heeft dit doel vastgelegd in het Klimaatakkoord. De focus van de SDE++ regeling ligt op het zoveel mogelijk reduceren van CO2-emissie op kosteneffectieve wijze. Om dit te verwezenlijken vinden er een aantal belangrijke wijzigingen plaats.

1. Subsidie op basis van CO2-reductie

Doordat de SDE++ regeling gefocust is op het reduceren van CO2, verandert ook de basis waarop subsidie wordt toegekend. Bij de SDE+ regeling ontvangt een organisatie voor iedere groen opgewekte kilowattuur een subsidiebedrag. Bij de SDE++ regeling ontvangt een organisatie een subsidiebedrag per ton CO2-reductie. Net als bij de SDE+ regeling zal als eerst subsidie toegekend worden aan de ‘goedkopere’ technieken. Op deze wijze is het mogelijk de klimaatdoelen op een kostenefficiënte manier te behalen.

2. Toevoeging categorieën

Een tweede belangrijke maatregel om bij te dragen aan CO2-reductie is het toevoegen van diverse categorieën. De huidige regeling richt zich op de volgende categorieën: water, wind, wind op zee, zon, biomassa en geothermie. De SDE++ voegt daar vijf categorieën aan toe: de elektrische boiler, de elektrische warmtepomp, CO2-afvang, transport en opslag (CCS), industriële restwarmte en waterstofproductie.

3. Grens aan maximaal subsidiebedrag

Binnen de SDE++ regeling zijn er grenzen gesteld aan het maximale subsidiebedrag dat naar een bepaalde techniek of sector gaat. Hiermee wordt voorkomen dat al het geld naar één sector gaat. Bovendien wordt vermeden dat de energietransitie afhankelijk wordt van een specifieke techniek. Het maximale subsidiebedrag geldt voor CSS en zonne- en windenergie op land en uitgaven aan CO2-reducerende technieken in de industrie.

4. Concurrentie

De SDE++ richt zich niet alleen op hernieuwbare energieproductie, maar ook op CO2-reductietechnieken. Omdat meer technieken aanspraak kunnen maken op de SDE++ regeling is de concurrentie hoger, vergeleken met de SDE+ regeling. Hierdoor is ook het budget sneller uitgeput. Voor organisaties die willen investeren in bijvoorbeeld zonnepanelen is het een grotere uitdaging om in aanmerking te komen voor subsidie.
Eén van de belangrijkste doelen van zonnepanelen is het opwekken van energie. Echter wordt er bij zonnepanelen niet meer gekeken naar de hoeveelheid duurzame energie die er is opgewekt, maar hoeveel fossiele brandstof er wordt bespaard. De focus ligt dus niet meer op energieproductie, maar op CO2-reductie. Technieken die op een zo kosteneffectieve mogelijke manier CO2 reduceren komen eerder in aanmerking voor subsidie.

Wanneer SDE+ of SDE++ subsidie aanvragen?

Meer informatie over het aanvragen van SDE+ of SDE++ subsidie? De Breed & Partners geeft advies! Neem contact op met consultant Jan Egberts.

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Wilt u ook uw klimaatoplossingen delen met onze bezoekers?

Word Partner

Blijf op de hoogte van events en actueel nieuws